Terug naar de basis

Zwarte wouw in Negenoord Dilsen-Stokkem

We weten weer wat de essentie was!

Een opvliegende hop aan de Maaskant, een overzwevende zwarte wouw in Negenoord – die plots als bij toverslag verdwenen bleek -, een vermoedelijk broedende wulp in het Schulensbroek, een zingende braamsluiper die zich even goed liet zien,…

Telkens een momentje van intens geluk en zalig genieten. Dat is wat de essentie is van vogels kijken. Don’t worry, be happy. Met geestesgenoten op pad, genieten van wat er komt of niet komt. Luisteren naar de intense zang van een nachtegaal of turend over een wijdse plas vol dobberende eenden. Verbaasd worden – telkens weer – van de schitterende groene kleur op de kop van een doodgewone wilde eend. Om even later een voorbijflitsende ijsvogel nog net de bocht zien om te vliegen. Meer moet dat niet zijn.

Dat ik op die paar weken dat ik zonder veel nadenken – genietend met volle teugen – op pad ga en het lot of de ingeving van het moment laat beslissen wanneer we waar rondlopen net een paar mooie soorten kan ontdekken is misschien toeval. Of misschien net niet. Wie zal het zeggen?

Schulensbroek Lummen

Vogels – of in dit geval reetjes – spotten in het Schulensbroek.

Onze laatste tocht bracht ons – Gert en mijzelf – naar het Schulensbroek in Lummen. Een aanrader. Momenteel is een groot deel van dit ruim 500ha grote natuurgebied een bouwwerf. De natuur krijgt hier – dankzij Natuurpunt – een stevige upgrade. Benieuwd wat dit nog aan moois gaat brengen?

Dankzij een tip van een collega vogelkijker vonden we aan de zuidkant van het gebied een kleine parking die toegang gaf tot een deel van de omgeving die ik nog niet kende. Een grote oppervlakte hooiland afgezoomd met hagen en afgewisseld met dichte bosjes met struweel. Een juweeltje.

Nog voor ik mijn verrekijker rond mijn nek had hangen werd ik al ondergedompeld in de melodie van een nachtegaal. Ons lijstje groeide snel aan terwijl we luisteren naar de zang van grasmus, zwartkop, tuinfluiter (mijn eerste voor dit jaar) en braamsluiper die zijn ratelende zang ten gehore bracht.
Een wulp laat tegenwoordig mijn hart al een sprongetje maken. als je dan iets later ook een – zo goed als zeker – broedend vrouwtje kan bekijken vanaf de weg, dan is het helemaal de max. We gingen zo op in dit prachtige gebied en dito landschap dat we het bekende Schulens Meer maar heel kort bezochten. Tijd en vooral ogen en oren tekort om alles te kunnen zien en horen.

Hier komen we zonder twijfel nog vaak terug. Al is het maar voor de grauwe klauwieren die hier een waar paradijs vinden te komen bekijken.

Ze hebben zelfs een eigen website http://www.schulensbroek.be/

Zouden er hier bevers zitten?

Local patch

Ondertussen gaan we wekelijks een paar keer op pad in onze Wellense gebieden. Daar beginnen de zomergasten stilaan binnen te druppelen. De zwartkoppen zijn ondertussen alom tegenwoordig. Ook de grasmussen nemen een voor een hun plekjes terug in. Samen met zijn ‘pleegouders’ is ook de koekoek teruggekeerd. De eerste zangstonde van ‘onze’ nachtegaal werd genoteerd. Hopelijk blijft hij ook dit jaar weer hangen.

Maar in deze periode kan je werkelijk alles verwachten. Wij bekijken dan ook elke vogel die we zien twee of zelfs drie keer. Een verre merel kan een beflijster zijn. Elk in een struik rondhippend beestje wordt met een bonkend hartje grondig bekeken. Een overvliegende roofvogel verdient alle aandacht. Visarend, zwarte wouw, rode wouw of nog iets zeldzamer? Elk geluid doet ons de oren spitsen. een bekende melodie of een vreemd geluid? Spannende tijden.

Ondertussen konden we onze ‘bonuslijst’ aanvullen met soorten als gekraagde roodstaart, gele kwikstaart en bonte vliegenvanger. Soorten die in onze gebieden niet gaan broeden en enkel maar op doortocht zijn. Wij zijn dan de gelukkigen die ze mochten aanschouwen op een kort momentje tijdens hun lange tocht.

Tuinfluiter, mijn eerste voor dit jaar – Schulensbroek Lummen
Braamsluiper zoals je hem meestal ziet, verscholen in het struweel.
Amerikaanse steltkluut, escape maar toch zo mooi – ‘t Vinne Zoutleeuw
Rustig grazende reetjes, het moeten niet altijd vogelkes zijn – Schulensbroek Lummen

Bosuil is binnen

Foto: Pascal Gielen

Ondertussen heb ik mijn eerste pulli (jonge vogels nog in het nest of jeugdkleed) voor dit jaar geringd. Sterker nog, een ganse soort is – denkelijk – voor dit jaar afgehandeld. Met data en alles erbij; onze bosuilen. Vorig jaar moesten we wegens ergens een virusje het ringen van deze soort annuleren. Geen essentiële verplaatsing, weet je nog wel.

Rechthoek

Maar dit jaar lukte het dus wel. Van de 15 gecontroleerde nestkasten waren er 6 bezet. Dit hadden we een paar weken geleden al met onze camera gecheckt. Eigenlijk moeten we het aantal kasten met een korreltje zout nemen. Want 4 nestkasten werden – dankzij een zeer vlijtige Jos Boussu (waarvoor dank) – dit jaar pas opgehangen. Aangezien bosuilen al zeer vroeg in het jaar starten was het bijna onmogelijk dat deze al bezet waren. Maar we houden ons aan de statistieken en komen dus op een bezetting van 40%. Niet slecht als je weet dat bosuilen – omdat ze vrij lang leven – al eens een jaartje durven overslaan. Volgens SOVON zijn jaarlijks gemiddeld 25% van de territoria succesvol.
Dan moet ik ook even die 6 bezette kasten bijstellen, want een kast was eigenlijk bedoeld voor een andere soort: torenvalk. Maar het gebeurt wel meer dat een bosuil ook eens kiest voor een rechthoek in plaats van een cirkel, ik bedoel hiermee het invlieggat.

Van deze 6 bezette kasten bleken er 4 succesvol. Eentje die we dit jaar voor het eerst controleerden – ontdekt door Etienne tijdens een van zijn vele wandelingen – bleek nog steeds op eieren te zitten. Een snelle rekenoefening vertelde ons dat die eigenlijk al moesten ‘veranderd’ zijn in witte donsbolletjes, om het wat dichterlijk te zeggen. Plat gezegd, rot gebroed. Zelfde vaststelling in een kast in Wellen, waar we nog één ei aantroffen. Dit werd door Etienne er uit gekieperd. Want anders blijft moeder uil broeden. Nu is er – een weliswaar kleine – kans op een vervanglegsel.

Handschoenen

Maar bij 4 broedparen bosuil was het dus koekenbak. In twee kasten konden we ook het vrouwtje ringen of controleren. Als de pulli nog niet volledig in de veren zitten blijft het vrouwtje vaak in het nest. Als je dan een moedige controleur hebt – wat ik graag aan Etienne overlaat, platbroek dat ik ben – kan je die al eens te pakken krijgen. Dit gaat niet zonder slag of stoot, want bosuilen zijn agressieve beestjes. De dikke handschoenen – en dan nog – zijn dus een standaard uitrusting bij dit werkje. Een vrouwtje was al geringd door ons in 2019 in dezelfde nestkast. Ook leuk om te weten dat ze er nog is.

Daarnaast werden natuurlijk ook de pulli geringd, gemeten en gewogen. Twee nestjes met een enige zoon of dochter, een nestje van twee en in de torenvalkenkast werd het gemiddelde stevig omhoog getrokken met vier pulli, waarvan we er drie konden ringen. Eentje was merkelijk kleiner er zal de komende dagen mogelijk op het menu komen van zijn zusjes en broertjes. Dat is nu eenmaal het leven van uiltjes.

Vleugellengte

Met een gemiddeld legbegin – dag dat eerste ei werd gelegd – van 22 februari – zitten we mooi in de juist periode voor bosuilen. Ze beginnen er nu eenmaal heel vroeg aan. De datum dat het eerste ei wordt gelegd berekenen we aan de hand van de lengte van de vleugel. Via deze maat kunnen we de leeftijd van het jong bepalen in aantal dagen. Dan tellen we terug tot de dag dat het uit het ei is gekropen. Om daarna de broedtijd van 28 dagen er van af te trekken. Zo kom je uit op de dag dat dit broedsel werd gestart.

Als we alle bezette nestkasten bekijken – de mislukte broedsels meegeteld – komen we op een gemiddeld aantal pulli van 1,33 per broedpaar. Hoger dan 1, dan zitten we goed zeker?
Het is het eerste jaar dat we deze soort wat ruimer opvolgen. Voordien was het aantal nestkasten vrij beperkt. Maar dankzij mijn zeer enthousiaste groep helpers is dat aantal stevig bijgesteld. Er staan trouwens nog een aantal nestkasten klaar die nog een goede boom moeten vinden. Dus volgend jaar weer iets meer werk aan de winkel. Maar dat vinden we helemaal niet erg, integendeel.

Vuur!

Onze jaarlijst van de Wellense natuurgebieden begint aardig aan te dikken. Met 76 soorten- waarvan ik er 70 ook zelf heb gezien – zitten we mooi op schema. Onze uitdaging om een mooie lijst bij elkaar te ‘spotten’ vlakbij onze deur lijkt hiermee de goede richting uit te gaan. Zo sta ik, wat betreft het aantal soorten gezien dit jaar in de Fruitstreek, op plaats 2 met slechts één soort die niet uit onze gebieden komt. Twee boerenzwaluwen zag ik – zoals elk jaar – bij een varkensstal vlak bij mijn ouders. Dus eigenlijk ook vlakbij mijn deur, alvast in mijn eigen dorp. De uitdaging gaat dus verder.

Mannetje vuurgoudhaan (Foto: Lucas Bollingh)

Kleinste

Een bezoekje aan het natuurgebiedje Langenakker was alvast top. Niet enkel kon ik volop genieten van de voorjaarsbloeiers in dit restje bos, maar ook de vogels lieten zich goed horen en soms zien. Een ‘kekkerende’ sperwer solliciteerde voor de broedvogel-lijst, samen met een paartje rondzeilende buizerds.
Maar de ster van de voormiddag was zonder twijfel een mannetje vuurgoudhaantje. Samen met zijn neefje, de goudhaan, ons kleinste vertegenwoordiger van de gevederde vogelfamilie.
Maar wat een verschijning. Eerst had ik hem horen zingen, waar ik al heel blij mee was. Maar even later liet hij zich prachtig bekijken. Na wat momentjes dat ik hem kort zag (wie deze soort al eens bekeek weet wat ik bedoel) kwam hij heel even volledig open – met zijn vurige kuif mooi gespreid – vlak voor mij op een tak rond hippen. Wat een adembenemende ervaring!

Toptijd

Er staan een paar leuke maanden voor de deur. Op dit moment kan je werkelijk alles, overal tegenkomen. Heel wat soorten zijn op weg naar hun broedgebieden. Zo kan je heel wat zomersoorten de komende weken terug verwachten. Ook in jouw regio is dat het geval.
Maar ook soorten die niet naar onze Wellense natuurgebieden terugkeren, maar elders een nestje gaan bouwen, kunnen op onze lijst belanden. Want op weg naar hun plekje moeten ze soms even bijtanken. Als ze dat net in onze gebieden doen en als wij er dan net zijn is het bingo. Soms op de meest onverwachte plekken.

Witgatje (Foto uit de oude doos)

Zo had ik voormiddag een witgatje op een slootje-van-niks aan de Ulbeekse bos. Ook dit exemplaar was mij gunstig gezind en ging even mooi poseren op een weidepaal zodat ik hem eens goed kon bekijken. Om even later op te vliegen. Denkelijk naar zijn broedgebied in het hoge noorden.

Gone with the wind

De voorbije week konden we onze jaarlijst van de Herkvallei op 71 soorten brengen. Dit met een blauwe kiekendief (samen met Gert) en een rode wouw (Gert alleen).

Een blauwe kiek is altijd een traktatie om te zien. Hun soepele manier van jagen is een lust voor het oog. Zwevend en zwenkend boven – meestal – een kruidenstrook tussen de akkers op zoek naar prooien. De kiekendieven moeten tegenwoordig harder zoeken naar die strook dan naar hun prooi. Het zijn daarom dan ook niet zo veel voorkomende wintergasten waar af en toe een koppeltje toch een poging doet om in onze landbouwwoestijn een nest jongen groot te brengen. Dus elke kiekendief die we kunnen bekijken is een bonus. Want echt waar, meer gaan het de komende jaren niet worden.
Het vrouwtje dat wij zagen was trouwens snel en helemaal niet elegant in beeld. Zij werd door een stevige stormwind als het ware voor onze ogen voorbij geblazen. Een korte, maar toch alweer schitterende ontmoeting.

‘s Avonds kreeg ik dan een telefoontje van Gert dat hij – vlak bij mijn huis – net een rode wouw had zien voorbijvliegen. Heel laag, opboksend tegen een stevige tegenwind. Ik noteerde hem – met enige teleurstelling – op onze duolijst. Nummer 71. Maar jammer genoeg niet door mij gezien. Maar zo zullen er nog wel een paar bijkomen.

Wie het kleine niet eert,…

Tja, lijstjes. Ze blijven mij achtervolgen. Onze local patch jaarlijst staat momenteel op 69 soorten. Onze, want het is een gezamelijke lijst met mijn maatje, Gert. Local, want ik ga mij dit jaar, wat waarnemingen betreft, vooral focussen op de natuur vlak bij mijn deur. We hebben een gebied van net geen 6,5 ha afgebakend rond de Herkvallei in Wellen en deels Alken. Onze local patch!

Kleine

De aanwinst van dit weekend was de kleine bonte specht. We waren al een tijdje op zoek naar deze pocket-specht. Want dat is het. Met zijn 14 tot 16 cm is hij net even groot als een stevige huismus. Dus is het zoeken geblazen. Want dat spechtje heeft dan ook nog eens de onhebbelijke gewoonte om maar heel kort zijn aanwezigheid te verraden. Hij roffelt en roept in het begin van het broedseizoen een paar weekjes. Maar eenmaal hij een vrouwtje gevonden heeft en die op eieren zit dan is het snaveltjes toe.

Roffel

Daarom was ik heel blij toen ik deze morgen bij het opkomen van de zon in de Grote Beemd een korte roffel hoorde. Duidelijk sneller dan zijn grote neef, de grote bonte. Mijn zoektocht in de populier waar ik dacht dat het geluid vandaan kwam bleef zonder resultaat. Tot hij plots besloot om een heuse luchtshow te geven. Een duidelijk specht-silhouet vloog vlak over mij. In mini-formaat dan. Nu was ik zeker. Kleine bonte specht, check.

Vanaf dan werd het alleen maar leuker. Hij kwam netjes terug gevlogen en landde in de top van een populier. Daar liet hij zich prachtig bekijken in het licht van de opkomende zon. Om de show helemaal af te maken ging hij – netjes in het zicht – op een dikke dode tak zitten roffelen. Ongelofelijk hoe snel dat kopje dan op en neer gaat. Net een naaimachientje.

Puur genieten. Want wie het kleine niet eert, is de grote bonte ook niet weerd!

Foto: Andre Gaens

Eentonig geluk

Een zalig winterzonnetje in de Herkvallei in Wellen. Dit jaar mijn gebiedje bij mijn achterdeur waar ik samen met Gert heel vaak ga vertoeven.

Tussen de ‘toeterende’ koolmezen, ‘ratelende’ winterkoningen en ‘scherpe’ heggenmussen door klinkt plots een eentonig liedje. Maar eentje waar ik heel blij van word. Mijn eerste zingende tjiftjaf voor dit jaar. Nu even zalig om te horen en binnen een paar maanden een kwelling tijdens mijn zoektocht naar andere soorten. Dan zal dit kleine, bruin-groene zangertje tot vervelens toe zijn naam in mijn oor roepen. Luid en vooral, onophoudelijk. Gek hoe die ‘eerste van elk jaar’ je toch telkens weer doet glimlachen. Dat is zo met de tjiftjaf, maar zal ook weer zijn met de boerenzwaluw, de koekoek en de zwartkop.Om er maar een paar te noemen. Het gevoel dat de cirkel van de natuur nog werkt en weer opstart. Of eindigt, dat is nu eenmaal steeds de vraag bij een cirkel.

Toch begint die cirkel soms rare dingen te doen. Zo blijkt onze tjiftjaf niet altijd zijn rol als zomergast te vervullen zoals het hoort. Elke winter blijven er meer plakken in ons – minder wintergevoelige – landje. Een ‘meer’ en ‘minder’ die duidelijk bij elkaar horen. De ‘luieriken’ die de lange tocht naar het zuiden overslaan zouden wel eens de sterke generatie van de tjiftjaffen-toekomst kunnen worden. Minder energie gebruiken, zero kans om te sterven onderweg en vroeger op post om te zorgen voor een nestje tjiftjafjes. Die denkelijk net als hun ouders hier gaan blijven in de winter. De geweldige theorie van een slimme meneer – die luistert naar de naam Darwin – in de praktijk.

Tijdens de avond kreeg ik van Gert nog een berichtje binnen op mijn gsm dat hij een roodborsttapuit had gezien in de Broekbeemd. Soort nummer 64 op onze gezamelijke lijst voor dit jaar in de Herkvallei. Goed op weg om onze stelling dat je – mits dat je er genoeg rondloopt – in natuurgebieden vlak bij je deur ook een stevige jaarlijst kan jaarlijst kan samen kijken. Zo ben ik – net als mijn tjiftjaf – ook een beetje minder onderweg. We lijken een tikkeltje op elkaar. Ook wat betreft muzikaliteit.

De kraan ging open

Deze middag stond de teller op een trieste nul, maar vanavond om 18u30 had ik er een goede 1.300 gezien: kraanvogels!

Gemist

Heel wat jaren blijf ik kraanvogel-loos achter, met een stevige pruillip. Want de meldingen stromen, op de dagen dat deze elegante vogels voorbij komen, op mijn WhatsApp-groepen ononderbroken binnen. Zelf heb ik er dan geen kunnen zien, ze lijken mij soms wel – opzettelijk – uit de weg te gaan.
Kraanvogels vertrekken, op de volgens hen geschikte dagen, massaal. Op dit moment vanuit hun overwinteringsgebieden in Spanje en Frankrijk naar hun broedgebieden in Noord-Europa. In het najaar doen ze het nog eens over in de omgekeerde richting. Als er op zulke dagen de wind ook wat juist zit, oostenwind bedoelen we dan, is er een kans dat ze ook over ons landje trekken in grote V-formaties. Twee keer per jaar krijgen we dus de kans om ze te zien voorbijkomen.

Prijs

Gisteren en vandaag was dat het geval. Tot in Vlaams-Brabant werden er grote groepen gezien. Het was dus opletten geblazen als vogelkijker en natuurlijk – zoals altijd – is wat geluk ook welkom.
Mijn eerste groep zag ik uiteindelijk vlak na de middag. In de verte was de lange sliert al zichtbaar, om dan te veranderen in een – op thermiek – cirkels draaiende molen van kraanvogels. Redelijk ver, maar wat een spektakel! Mijn kraanvogels voor dit jaar waren binnen.
Maar tegen 16u kreeg ik berichtjes binnen dat Gert op onze telpost ook een paar groepen had op vrij korte tijd na elkaar. Dus snel naar daar gereden, waar ik ook kon genieten van doortrekkende groepen ‘kranen’. Ver, maar voor mij goed genoeg.

Geluid

Maar het was nog niet voorbij. Terwijl de zon al onder was en de schemering stilaan inviel hoorde ik tijdens een klusje in mijn tuinhuis de gekende roep van een groep kraanvogels. Onmiskenbaar en zonder twijfel staat dit zalige geluid bij menig vogelkijker stevig in zijn top tien van populairste vogelgeluiden. Bij mij is dat alvast zo.
Alles wat ik in handen had liet ik vallen om naar buiten te rennen. Daar zwol het geluid snel aan om dan – met het laatste licht – een mooie formatie te zien overtrekken. Een kwartiertje later was het weer prijs.

Van geen zien, naar veel zien en dan ook nog twee groepen met geluid…topdagje!

Lentegevoel

Sneeuw op het gras en de weerman voorspelde een stevige winterprik. Maar toch heb ik al dagen een lekker lentegevoel. Is het dankzij de sneeuwklokjes die in mijn tuin komen piepen of door de knoppen van de bomen die op het punt staan van open te breken? Neen, het is dankzij het gezang van een vaste tuinbewoner. Hij zingt al een dikke week vanuit de top van de oude palmstruik bij mijn schoonmoeder: de heggenmus.

Onopvallend in zijn verenkleed, bescheiden in zijn aanwezigheid, maar uitbundig in zijn lied. De scherpe en luide zang klinkt als een symphonie van een aangekondigd openbloeien van de natuur in mijn oren. Elke morgen opnieuw.

Ondertussen is er aan de andere kant van mijn huis een tweede mannetje opgedoken. Deze heeft de beukenhaag van mijn buur uitgekozen als podium om zijn voorjaarsplannen de koude winterlucht te kwelen.

Twee koppeltjes heggenmussen in mijn tuin. Wat kan een mens nog meer wensen?

Foto: Pascal Gielen

Geteld

Deze morgen, voor ik op pad ging met Jan om steenuilkasten te controleren, snel nog even mijn bijdrage geleverd aan het ‘Grote Vogelweekend’.

Niet helemaal volgens de regels. Want ik heb een rondje gedaan in mijn tuin, de weide achter mijn tuin om dan via mijn ringplek – waar ik de vogeltjes voer – terug te keren door de tuin van mijn schoonmoeder die naast ons woont. Dus eigenlijk was mijn telgebied wat groot. Maar aangezien ik – af en toe – ook daar het gras afrij denk ik dat ze bij Natuurpunt mij deze omweg zeker zullen vergeven. Trouwens, het groepje huismussen dat bij mijn schoonmoeder in de grote palmstruik elke dag gezellig zit te kwetteren staat zo toch maar lekker op mijn lijstje.

Terug

De leukste vaststelling was dat ik toch zes merels kon aanvinken (dat lijkt een zin vol vogels, maar is het niet). Dus durf ik stilletjes te hopen op drie broedparen bij mijn achterdeur in het voorjaar. Ook op mijn ringplek lijken ze in mooie aantallen rond te vliegen. In mijn fuik kon ik er de voorbije dagen toch een zevental vangen, deels geringd, maar ook ongeringde exemplaren. Waarvan een aantal jonge vogels van vorig jaar. Dat kan je – zeker bij de mannetjes – mooi zien aan de lichter gekleurde slagpennen in hun vleugels. Zelfs als je ze in je tuin bekijkt zie je dit redelijk goed. Jonge vogels wil zeggen, nieuwe broedparen. Dus dat is zeker goed nieuws.

Mannetje merel met duidelijk lichtere slagpennen, dus 2de jaars

Riet

Ook blij was ik met mijn twee rietgorzen. Er zitten er denkelijk meer, maar twee was het maximale aantal dat ik gelijktijdig zag. Kwestie van mij toch een beetje aan de regels van de telling te houden. Ik wist dat ik ze kon verwachten want ik heb er al een aantal op mijn voederplaats kunnen ringen.

Man rietgors in zijn prachtige zomerkleed (zo zag ik ze dus niet)

Uiteindelijk kon ik net geen 50 vogels noteren verspreid over 12 soorten. Toch geen slecht resultaat vind ik. Ze werden ondertussen netjes ingegeven op de website van het ‘Grote Vogelweekend’. Jij hebt dat toch ook al gedaan hoop ik!

Mijn lijstje: heggenmus (1 – maar wel volop zingend) – merel (6) – houtduif (4) – ekster (1) – koolmees (5) – pimpelmees (4) – groenling (6) – vink (11) – spreeuw (2) – rietgors (2) – grote bonte specht (1) – huismus (6)

Mijn dicht-bij-huis-jaarlijst 2021

Het jaar is nog vers, pas drie dagen oud. Vogels ringen is er nog niet van gekomen. De eerste vangsessie op mijn voederplaats is pas voor volgend weekend en de muizen kregen weer rust omdat de torenvalkjes hun interesse langzaam verliezen en al met de ‘lentekriebels’ in hun kop zitten. Even rust.

Voornemens

Elk jaar maak ik in die eerste dagen van het jaar weer plannen. Meestal komt er later heel weinig van in huis. Maar de intentie is er toch alvast geweest. Daarom dacht ik, laten we het deze keer bescheiden houden. Naast het ringwerk niet te veel hooi – in mijn geval vogel-kijk-dingen – op mijn vork nemen.

Dan zag ik een oproep van het magazine Bird Watching voorbij komen. Zij daagden hun lezers uit om 200 vogelsoorten te zien in 2021. Hierdoor kwam er een vraag terug naar boven waar ik al langer mee in mijn hoofd zat: ‘hoeveel vogelsoorten zou je vlak bij je deur kunnen ontdekken als je daar intensief zou rondlopen?’ Ik ben er namelijk volledig van overtuigd dat – mits je er je zinnen op zet – je zelfs in een niet zo vogelrijke regio een leuke jaarlijst kan voorleggen. Laten we in 2021 de proef op de som nemen, dacht ik.

Vogels kijken in de vroege uurtjes – Grote Beemd Wellen

Herkvallei

Ik woon vlak tegen een leuk natuurgebied, de Herkvallei. Daar kan je heel wat natuur vinden, maar toch beperkt. Want het gaat om een mooi valleigebied zonder veel franjes. Oude bossen, rietgebieden, grote waterplassen ontbreken. Het aantal vogelsoorten dat daar wild van wordt is niet zo heel groot. Dat is althans de mening van heel wat vogelkijkers. Die rijden liever naar bekendere natuurgebieden – soms redelijk ver weg – met grotere kans op spectaculaire of veel soorten. Ik ben trouwens een van deze vogelkijkers die dat de deed.

“Minstens 110 soorten zien op wandelafstand van mijn huis, dat is de uitdaging”


Zo werden er in 2020 in de Herkvallei 104 vogelsoorten gezien – waarvan 2 escapes waren, soepeend en soepgans. In die lijst staan ook mijn ringvangsten en die tel ik natuurlijk niet mee, het gaat om vogels die ik ontdek in het natuurgebied zelf en niet die ik in mijn netten vang. Dus eigenlijk gaat het om 95 soorten zonder die vangsten.
Als ik dan bekijk door wie die waarnemingen gedaan zijn, dan kom ik op een lijstje van 9 vogelkijkers uit die meer dan 10 soorten noteerden vorig jaar. Zes van hen hadden een lijstje met minder dan 30 soorten voor het gebied. De top 2 waren dan nog waarnemers – geen onbekenden voor mij, Gert en Pierre – die bezig waren met inventariseren van een blok voor de vogelatlas. Zelf stond ik op nummer 3. Dit zonder veel dagen dat ik er echt naar vogels ging kijken. Die inspanning kan een stuk beter denk ik dan.

Van makkie tot moeilijk

Dus nam ik mijn vogelgids even ter hand en begon een lijstje te maken van alle soorten die ik zonder veel moeite zou kunnen vinden op wandelafstand van mijn woning, want dat zal de stelregel worden in 2021. Ik noem dit de ‘makkie-categorie’. Ik kwam op 55 soorten uit.
Dan is er de ‘iets-meer-moeite-categorie’ met 28 soorten die – zoals je al wel dacht – een iets grotere inspanning gaan kosten om ze op mijn dicht-bij-huis-jaarlijst zal krijgen.
Tel daar nog een 20-tal minder algemene soorten – ik noem ze vanaf nu de ‘bonus-soorten’ – bij die de laatste jaren toch regelmatig werden gezien in de Herkvallei. Telkens toevallige gasten of eenmalige broedgevallen. Dan zit ik op een mooi aantal van ruim 100 soorten. Haalbaar? Ik wil het alvast proberen. Laat ons de lat op 110 soorten leggen voor 2021. Een beetje ambitie is nooit slecht.

Al begonnen

Na twee wandelingen tijdens de eerste dagen van dit jaar stond de teller al op 47. Daar tel ik de exoten bij, want ondanks het tegengesputter van de ‘echte’ vogelkijkers zijn dat – naar mijn bescheiden mening – ook vogels.
Mijn eerste vogel die ik in 2021 noteerde was een turkse tortel op het dak van mijn overbuur toen ik op 1 januari om 8u45 aan mijn eerste wandeling begon. Eentje uit de ‘makkie-categorie’.

Turkse tortel – foto: eigen archief

Vandaag, 3 januari 2021, was mijn plan om een soort te scoren uit de ‘iets-meer-moeite-categorie’. De voorbije jaren overwinteren er in de Broekbeemd – een deelgebied van de Herkvallei omsloten door het centrum van Wellen – een of meer waterrallen. Prachtige ralletjes met een opvallende lange, rode snavel en mooie zwart en witte flanktekening. Gert, de conservator van het natuurgebied, had ze deze winter al gezien. Dus ging ik het kleine slootje waar ze af en toe naar beestjes komen pikken opzoeken. En bingo, eentje liet zich prachtig bekijken. Die staat alvast mooi op mijn lijst.

Waterral – foto: Pascal Gielen

Tijdens de rest van de wandeling kon ik nog een paar soorten toevoegen aan mijn lijst. Waaronder ook eentje die ik al een paar jaar niet meer in het gebied heb waargenomen: de matkop. Deze mees maakt een moeilijke tijd door en is in gans Vlaanderen bezig aan een terugval. Ze houdt van natte, niet zo dichte loofbossen met veel dood, staand hout waar ze haar nestholte zelf in uithakt. Een mees met spechten-manieren mag je gerust zeggen. Die biotopen worden – door de algemene verdroging van onze natuur – steeds zeldzamer. Ik was dan ook heel blij om een matkop te zien in een gemengde groep mezen in de Broekbeemd. Hopelijk geen toevallige gast, maar een broedvogel die ik in het voorjaar dan mogelijk nog eens ga tegenkomen. Zo leverde mijn voornemen van 2021 alvast een leuke waarneming op.

Matkop – foto: eigen archief