Eentje in pocket-formaat, kleine bonte specht.

kleine bonte specht0001-3.jpg

Nieuwe soort

Hoewel het nog een vangst van vorig weekend is wil ik deze jullie toch niet onthouden. Ik was dan ook zeer verheugd om een kleine bonte specht tegen te komen tijdens mijn allerlaatste controleronde vorige zondag. Hoewel ik deze soort kon verwachten omdat ik weet dat ze in de Grote Beemd elk jaar komen broeden blijft het toch steeds een gelukje om hem dan ook te kunnen vangen en ringen. Bij deze staat deze leuke soort vanaf heden op mijn lijst. 

kleine bonte0001.jpg

kleine bonte specht0001-4.jpg

Het exemplaar dat ik ving was een 1ste jaars mannetje. En dat kan je bij spechten met een zwart-wit verenkleed zien aan de kruinveren. Ze hebben, zoals je op bovenstaande foto kan zien, wel iets overgehouden van de nu tot het verleden behorende punkperiode. Een kleurtje in het kapsel en als ze wat opgewonden zijn zetten ze die veren vaak op. Bij kleine bonte heeft het mannetje een rode kruin en dit tot aan het achterhoofd (dat zie je op de bovenste foto, helemaal bovenaan bedoel ik dan). De madammen kiezen hier voor naturel en vertonen geen rood. En de jonkies doen zoals steeds een beetje hun zin. Mannetjes, zoals deze die ik ving, hebben rood maar enkel op de voorkant van de kruin. Vrouwtjes hebben geen of soms een heel klein beetje rood dat als ze volwassen zijn volledig verdwijnt.

Klein is dan ook echt klein.

Als je dit spechtje ziet dan kan je vaak de grootte niet echt goed inschatten. Meestal hangen ze aan de onderzijde van een zijtak en levert het bekijken met de verrekijker gegarandeerd een stijve nek op. Maar als je onze kleine in je handen krijgt dan pas zie je dat het echt een dwergje is. Niet veel groter dan een huismus. Schattig, zei mijn vrouw toen ze dit kereltje aanschouwde. Maar hij dacht er anders over en timmerde eens stevig op mijn vingers. Als er een kleine is, is er ook een grote. En dat klopt, de grote bonte specht. Algemener dan zijn mini-neefje en ook bekend van zijn bezoekjes aan voedertafels waar hij de koker met pindanoten test op duurzaamheid door er eens stevig op te roffelen. En er is niet alleen een grote, maar ook een middelste. Deze laatste rukt de laatste jaren stevig op in oude eikenbossen en niet zo heel ver van thuis kan ik elk jaar een broedpaar middelste bonte specht bewonderen. Maar dit keer focussen we ons op de kleine.

kleine bonte specht0001.jpg

Kleine en grote samen in beeld, dan zie je mooi het verschil in grootte.

Drumsolo

Hoewel deze spechten ook heel wat kabaal met hun stem kunnen maken, kennen we ze toch vooral van hun geroffel op hout. Dit hoor je niet enkel als ze op zoek zijn naar voedsel en dan op dood hout inhakken om de larven en insecten van onder de schors te halen. Of ook niet enkel als ze hun hol waar ze in gaan broeden uithakken. Maar het dient ook als signaal naar de collega-spechten in de buurt om te laten weten dat dit de grens is van hun gebied. En met een beetje oefening kan je de kleine en de grote bonte spechten op basis van hun trommel-talent uit elkaar houden. De middelste roffelt zelden of nooit, maar die kan je dan weer herkennen aan zijn klagende roep. Eens gehoord vergeet je die niet snel. Wat onze kleine en grote betreft kopieer ik even wat er in de vogelgids staat over hun drumsolo’s. Bij grote bonte :”kenmerkende, korte (0,4-08sec), zeer snelle roffels (individuele slagen moeilijk van elkaar te onderscheiden), die abrupt eindigen”. En bij de kleine : “roffelt vrij zwak, meer ratelend dan snorrend, met constant tempo, vaak 1,2-1,8sec lang. Geeft vaak twee roffels achtereen met uiterst korte pauze”. Dus één raad als je kleine bonte specht gaat zoeken, neem je chronometer mee.