De vrije val van de veldleeuwerik.

leeuwerik0001-2.jpg

Kuifje in maisland.

De veldleeuwerik is een soort die onlosmakelijk verbonden is met akkerland. Ooit hing er boven elk veld eentje te kwinkelieren. Maar nu moet je al goed zoeken om er eentje te vinden en vaak moet ik na een wandeling door de uitgestrekte velden in Haspengouw vaststellen dat het aantal veldleeuweriken dat ik gezien of gehoord heb een heel kort lijstje is. Jammer, want het is een schitterende vogel. Hij leverde vaak een wedstrijden op “om-ter-eerst-het-stipje-vinden”. Als je hem niet ziet vertrekken voor zijn typische zangvlucht dan is het vaak een hele opdracht om in de helblauwe lucht een zingend mannetje te ontdekken. Maar de soort doet het dus niet goed. Helemaal niet goed. De specialisten spreken van een daling van meer dan 80% van het broedareaal. En dat is toch een stevige val. En de manier van landbouw bedrijven zit daar voor een heel groot deel tussen. Van kleine akkers met teelten als graan, bieten, aardappelen,… ging het naar immense blokken met bijna uitsluitend maïs. En daar ga je echt geen leeuweriknest in vinden. Zij verkiezen andere biotopen.

leeuwerik0001.jpg

Meesters in camouflage.

Ik kon deze soort toch al een paar keer ringen. En dan nog op het nest. En dat is een hele klus. Hun nest bevindt zich op de grond meestal in lage vegetatie zoals gras of opschietend graan. En hun kroost heeft een babypakje dat verdomd goed lijkt op alles wat er rond het nest te vinden is. Tot op heden kostte mij het vinden van deze nesten toch telkens een paar uurtjes zoekwerk. En in alle gevallen kon ik de jongen ringen nadat er toch eentje zich even bewoog. Want als ze stil blijven liggen dan mag je het vergeten. 

25mei0001.jpg

Zelfs op deze foto van het nest dichtbij moet ik even goed kijken.

Retourke zuiden.

Het is een trekvogel maar niet over de lange afstand. De noordelijke vogels schuiven op en blijven soms wel hangen in onze contreien. Zeker als de winter meevalt. En “onze” veldleeuweriken schuiven dan weer op naar Zuid-Europa. Maar dit maakt dat je ze toch kan zien doortrekken. Op onze telpost levert dat meestal glimlachen op op de gezichten van de tellers. Mooie groepen, tegenwoordig zijn we al content met een paar tiental samen, vliegen snel en laag voorbij en op goede dagen kunnen er dan meerdere honderden zijn. In de tijd dat ik nog op de telpost stond was ik telkens weer verrast hoe groot zo een veldleeuwerik is. Van ver kon je ze wel eens verwarren met lijsters. En toen ik mijn eerste exemplaar in handen kreeg bij een collega ringer werd pas echt duidelijk wat een joekel van een vogel dit is. Er zijn alvast plannen om zelf ook een aantal van deze akker-iconen proberen te ringen. Want misschien komt er een tijd dat we ze in het vetrood op ons lijstje zetten wegens zeldzame soort. Hopelijk heb ik ongelijk.

003 (9).JPG

Eentje in de hand.