De vlam in het net, vuurgoudhaan.

vuurgoudhaan0001-2.jpg

De allerkleinste.

De voorbije weken mocht ik regelmatig vuurgoudhaantjes ringen. Telkens een leuke ervaring om deze mooie dwergjes even in de hand te mogen houden. En dwergen zijn het. Veel mensen denken dat onze winterkoning de kleinste vogel is die ons landje rijk is. Maar het vuurgoudhaantje en zijn neefje het goudhaantje zijn de echte dwergen in de vogelwereld hier. Met een lengte van 9cm doet hij nog een halve centimeter beter dan die ook al heel kleine winterkoning.

Dennenliefhebber.

Het is trouwens ook een broedvogel. Hij bouwt een zeer kunstig nestje en dan liefst in een spar. Je komt ze dan ook meestal tegen in een stukje met naaldbomen. Zien is niet makkelijk en horen doe je ze wel. Tenminste als je oren de scherpe toontjes van hen kunnen opvangen. Mensen verliezen vaak eerst hun gehoor voor de hoogste tonen en ik ken dan ook heel wat oudere vogelaars (daar begin ik trouwens ook stilaan bij te horen) die moeten passen als onze vuurgoudhaantjes hun zang laten horen. Zijn neefje, de goudhaan, kon ik elk jaar wel noteren als broedvogel in mijn regio. Maar vuurgoudhaan nog niet. Die kiest volgens mij liever voor echte bosgebieden. Hoewel ik lees in de broedvogelatlas (Gabriels 2002) dat de soort vrij talrijk voorkomt in Limburg en dat ze in Haspengouw in elk parkbos wel voorkomt. Het feit dat het een soort is die al gauw over het hoofd wordt gezien (dat gebeurt als je heel klein bent) of in dit geval ook over het oor wordt gehoord (of hoe zeg je dat) speelt hierbij zeker een rol. Misschien moet ik toch eens beter op zoek gaan. Mogelijk kom ik toch wel ergens een koppeltje tegen.

2sep-3.jpg

Hagenkruiperke.

En dat de vuurgoudhaan vaak over het hoofd wordt gezien is dubbel jammer. Want het zijn prachtige wezentjes. Met zijn opvallende witte tekening op zijn hoofdje en zijn mooie vleugeltekening en warme rugkleuren valt hij dadelijk op als hij in mijn netten hangt. Maar de kroon op zijn werk (en dat is deze keer letterlijk en figuurlijk) is zijn prachtige kopbevedering. Bij de vrouwtjes fel geel en bij de mannetjes slaat echt het vuur in de pan met een heloranje kapsel. En als ze opgewonden zijn dan gooien ze die kruinveren open als een zwaailicht op een voorbijflitsende politiecombi. Ik vergeet nooit één van mijn ontmoetingen met een baltsend koppeltje (misschien toch een broedpaartje) in het vroege voorjaar hier in de beemd. Het mannetje had totaal geen oog voor mij en danste als het ware met zijn vlammende kopveren pronkend rond het wijfje. Wat een schouwspel ! Ik kom ze trouwens regelmatig tegen in het najaar of de winter in gezelschap van mezen of tjiftjafkes huppelend door meidoornhagen op zoek naar kleine insecten of ander eetbaars. Klein maar oh zo mooi om naar te kijken.

26okt0001.jpg

DSC04699.JPG