Goede raad van een Noorderbuur.

Steenuiltjesdag.

Zaterdag een schitterende studiedag meegemaakt met de Steenuilenwerkgroep. Interessante lezingen en goede sprekers met boeiende onderwerpen als monitoren op lange termijn van steenuilen, de verschillende muizensoorten en het marterprobleem en zoveel meer. Maar wat mij het meeste bijbleef was een uitspraak van een Noorderbuur. “Je doet beter één ding goed, dan tien dingen half”. Waar heb ik dat nog eens gehoord ? By thé way, mijn eigen lezing viel ook goed mee.

steenuil groepsfoto.jpg

Groepsfoto organisatie en sprekers steenuilendag.

De hooivork op volgorde.

Mijn hooivork ligt redelijk vol. Met vanalles en nog wat. Want dat is mijn probleem. Als ik ergens een project zie dan begin ik dadelijk te plannen hoe ik daar mijn bijdrage aan kan leveren. Maar dat kan natuurlijk niet. Een mens moet keuzes maken in zijn leven. En mijn mail naar roofvogel-icoon Bijlsma (die deze binnen de 10 minuten trouwens beantwoorde, respect man) zette mij nog wat steviger met mijn twee voeten op de grond.

Dus heb ik een overzichtje gemaakt van wat ik zou willen doen. En dit beperkt tot 10 dingen (dat zijn er volgens die Hollander nog 9 te veel). En dan deze op een tijdslijn uitgezet of er niet te veel overlapping is. Daaruit kan ik besluiten dat april en juni redelijk druk en mei heel druk gaan worden. Maar dat was al zo. Maar de andere maanden gaat het zeker lukken.

Volle agenda

Uiteindelijk blijft er nog een ambitieus lijstje over. Maar als we het te druk hebben vallen de lager geklasseerde zaken af. Zo bengelen de kerkuilen (in die kerken rondkruipen is niet echt mijn ding), de nestkasten in Rullingen en de nestkasten in de Grote Beemd onderaan. Dus die doe ik enkel als er ruimte over is.

Mijn roofvogelhorsten staan net onder de top vijf. Maar als ik het tijdsschema bekijk gaan die zeker geringd raken. Voorlopig zijn het er trouwens nog niet zo heel veel. Maar elk jaar komen er wel een paar bij. Dus mogelijk schuiven die nog wat op naar boven in de toekomst. Net onder mijn rovers heb ik het ringen van nesten en broedvogels in de Grote Beemd staan. Bedoeling is om vooral merelnesten te gaan zoeken en lijsterachtigen te ringen. En dit omdat ik die toch wel vrij veel ring op mijn ringplek thuis. En ik zou wel eens willen weten of dat vooral plaatselijke beesten zijn uit het natuurgebied vlakbij of toch meer doortrekkers.

merel0001-2.jpg

Merels verdienen meer aandacht volgens mij.

Laagstam op nr. 5.

En dan duiken we de top vijf in. En daar staan mijn steenuilen. Doelstelling is om mij vooral bezig te houden met de nestkasten in laagstam. En op aanraden van R. Bijlsma stel ik één onderzoeksvraag : “worden deze kasten als ze bewoond worden ingenomen door vogels die hun oude broedplek kwijt zijn of komen er nieuwe koppels bij ?”. Dit doen we door zo veel mogelijk vogels te ringen in de nestkasten zodat we weten waar die vandaan komen.

steenuil nestkast laagstam0001.jpg

Mijn nieuwste nestkast in laagstam.

Nog een stapje hoger staan de torenvalken. Dit blijven toch mijn favoriete roofvogels. Hier gaan we zowel de nestkasten opvolgen in het broedseizoen alsook in de winter met onze muizen op pad om dan ook overwinteraars te ringen of te controleren.

torenvalk0001-2.jpg

Deze beelden ga ik nog vaak laten zien hoop ik.

Top drie.

En de top drie bestaat volledig uit activiteiten op mijn ringplek thuis. In de winter ringen aan een voederplek. In het voorjaar en in het najaar tijdens de ganse trekperiode gaan mijn netten open staan. Want de hoofdtaak van het ringwerk blijft toch het verzamelen van zo veel mogelijk data over trekvogels. En dat nemen we dan ook volledig ter harte. En denkelijk ga ik binnen een jaar alles nog eens herzien, zelfkennis noemen ze dat.