Zeuren over zaagbekken.

Winterse gasten.

Het is nu het moment om naar grote plassen te rijden en je telescoop te richten op de aanwezige dobberende bolletjes. Want daar kunnen nu leuke soorten opduiken. Vroeger deden we jaarlijks wel een maastochtje. We begonnen in de buurt van Lanaken om te eindigen in de buurt van Roermond. De ganse dag werd elke maasplas of kiezelkuil grondig gescand. En de lijst die we ‘s avonds hadden was vaak vrij lang. En bij sommige soorten bleven we iets langer kijken omdat je ze toch niet op elke plas tegenkwam. En de zaagbekken behoorden zeker tot dat kransje van leuke soorten.

Geen gezever.

Dat het zaagbekken zijn kan je zien als je ze van iets dichterbij kan bekijken. Neen, ze zijn geen irritante babbelkousen die je de les willen spellen. De naam komt van hun gekartelde rand aan hun snavel. Volgens mij een handige tip van de evolutie. Want zaagbekken zijn echte vissers en met een gladde rand is het veel moeilijker om zo een vettige vis vast te houden dan met een gekarteld exemplaar.

Maten.

Zaagbekken kennen we in drie verschillende maten. De grote zaagbek is dus zoals zijn naam het zegt de grootste. Maar wat mij telkens opvalt is de unieke roze kleur die de mannetjes laten zien op hun borst en flanken.  De iets kleinere broer is de middelste. Dat is de punker onder de zaagbekken met een opvallend kapsel. Zijn groene kop steekt fel af tegen zijn rode lange snavel. En dan denk je natuurlijk als er een grote is en als er een middelste is dan is er ook een kleine zaagbek. Maar dat klopt niet want die hebben de naamgevers bedacht met een heilige naam, het nonnetje. Maar dat leuke eendje verdient een apart blogartikel. Voor later dus.

zaagbek0001.jpg

Wijfjes grote zaagbek.

zaagbek0001-2.jpg

Middelste zaagbek.