Het einde van de steenuilen.

Geen angst. De steenuil is bij ons niet uitgestorven. Ik wilde enkel even laten weten dat mijn ringwerk voor deze sympathieke uiltjes voor dit jaar er op zit. Maar het werk is nog niet voorbij. Ondertussen zijn we begonnen met torenvalken te ringen. Opvallende grote nesten trouwens dit jaar. In vorige artikels had ik het al over een nest van 7 stuks. Zo is er ondertussen nog een bijgekomen, maar ook eentje met 6 pulli, twee met vijf en twee met vier. En we hebben er nog een aantal te doen. Waaronder een legsel van 9 eieren. Als die allemaal geringd kunnen worden en uitvliegen trakteer ik op een ferm pint.

Klimmerke, klim.

Tussendoor doen we ook wat buizerdnesten. We is veel gezegd. Ik wacht comfortabel onder de nestboom terwijl Etienne of Gert zich in het zweet klimmen. Ze halen de jongen voorzichtig van het nest, ik mag ze ringen, meten en wegen en zij zetten ze dan weer netjes terug. Een goede taakverdeling is belangrijk 🙂 De teller zit dicht bij de 20 pulli. We hebben nog een paar horsten in de aanbieding, maar voorlopig nog geen ringbare jongen. Hopelijk komen er dus nog een aantal bij.

klimmer0001.jpg

Etienne ik aktie.

Hollands lijstje.

Het voorbije weekend lag mijn ringwerk even stil. Op uitnodiging van onze zoon konden we genieten van een weekendje Nederland. Bestemming was Wageningen en omgeving. Samen bezochten we een aantal natuurgebieden daar in de buurt waaronder de Hoge Veluwe, de Uiterwaarden, Blauwe Kamer en de Veluwevallei bij Renckum. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat ze in Nederland het toch iets beter aanpakken dan bij ons. Natuurlijk kon ik het vogels kijken ook hier niet achterwege laten met een mooi lijstje als resultaat. Wat dacht je van kwartelkoning, lepelaar, raaf, grauwe klauwier.

raaf.jpg

Raaf (foto genomen in Bulgarije).

Stilleven tussen patatten.

En het weekend werd afgesloten met een mooie waarneming in eigen streek. Maandag een extra dag aan het weekend geplakt. De ganse dag torenvalkenkasten gaan controleren en buizerdnesten gaan bekijken. Stilaan ook begonnen aan de inrichting van mijn ringplek, want stilaan komt de tijd dat we daar gaan ringen ook dichterbij. Maar de melding van een griel in Gingelom deed mijn twitchersbloed weer even kolken. ‘s Avonds toch toegegeven aan die microbe en op zoek gegaan naar dit mysterieuze beest. Na wat zoeken vond ik een groepje vogelkijkers die naar een patattenveld stonden te turen door hun telescopen. Meestal de beste aanwijzing om een zeldzame doortrekker te vinden. En iets later stond ik naast hen ook door mijn kijker te genieten van een mooie griel. Die als activiteit had gekozen om zo lang mogelijk niet te bewegen. Een voor hem koud kunstje. Zelf had ik mijn fototoestel (bewust) niet meegenomen. Want anders ben je weer volop bezig met het maken van die goede foto en mis je de zalige ervaring van gewoon die zeldzame vogel rustig te bekijken. Dus liet ik het fotograferen aan de anderen over en “leen” ik hun foto toch gewoon via het internet.

8694763.jpg

Foto genomen door de ontdekker Paul Matthys, dus twee keer dank. Eén keer voor het vinden van deze griel (respect man) en een tweede keer voor het “lenen” van de foto.