Begonnen aan de laatste eitjes.

Het broedseizoen loopt stilaan op zijn einde. Na de steenuilen hebben we ook de buizerds afgerond. Op de laatst gecontroleerde nesten zaten telkens zo goed als volgroeide jongen. En de nesten die nog op ons lijstje stonden gaven geen teken van bezetting. Toch 19 pulli kunnen ringen dit jaar, ons beste tot op heden.

IMG_3584.jpg

Een 1ste jaars van een tijdje geleden.

Torenvalken zijn nog wel in de running voor de +100. Er staan nog een tiental kasten op de lijst waar kleine pulli of eieren in lagen. Als we die allemaal kunnen ringen is die grens van de 100 haalbaar. Maar dat is nog even afwachten. En dan zijn we toch maar aan de kerkuilen begonnen. Gelukkig dat Etienne wil meegaan en het klauterwerk voor zijn rekening neemt. Want dat is voor mij niet mijn favoriete bezigheid. Stoffige kerktorens vol met spinnenwebben en daartussen van balk naar balk klimmen. Ik zie dat echt niet zitten. Daarom vrees ik dan ook dat mijn aantal geringde kerkuilen matig gaat blijven.

Kerk of schuur.

Het zijn nochtans schitterende wezens. De naam kerkuil is voor een gedeelte goed gekozen. Want heel wat koppels verkiezen een landelijke schuur boven die kerktoren. Aan de overkant van het kanaal noemen ze hem dan ook “barnowl” of schuuruil. Dus ook daar hebben ze voor een deel van de populatie gelijk.

99631301_33ef285d69.jpg

Het zijn inderdaad beauty’s.

De uilskuikens (en daarmee willen we niemand beledigen) zijn dan weer helemaal niet moeders mooiste. Lelijk en ook nog eens slordig of moet ik gewoon zeggen smerig. Als je zo een nestkast opentrekt komt de amoniakgeur je tegemoet. Niet echt een extra motivatie voor mij als ringer om een tandje bij te steken.

Potter-idioten.

Maar zijn schoonheid levert hem ook zijn grootste bedreiging op. Heel wat vogels sneuvelen in het verkeer (zeker  de jonge vogels die binnenkort uitvliegen). Maar de reden die hen de laatste jaren doet afnemen is de idiote behoefte van de mens om alles achter tralies te steken. Of in dit geval aan een ketting te hangen. Na het succes van de films van Harry Potter moest plots elk verwend joch een witte uil in zijn slaapkamer hebben zitten. Aangezien een sneeuwuil wat veel kostte was een kerkuil ook goed. Ik kan u vertellen dat er in die beginjaren heel wat uilen uit de natuur plots eigen kweek bleken te zijn. En hun majestueuze nachtelijke vluchten werden beperkt tot het op en af springen van een houten staketsel met een ketting aan hun poot. Dan bleken ze in gevangenschap ook nog eens goed te kweken en zo belandden er ook ondersoorten in onze natuur. Dat gaf dan weer kruisingen die eigenlijk hier niet thuishoren.

Kortweg gezegd een modegril met nefaste gevolgen voor onze kerkuilen. En die “vogelliefhebbers” die hieraan meededen, dat waren ook uilskuikens. En deze keer mag je het wel als scheldwoord noteren.