De stadsmus.

Een schitterend weekend met (weer maar eens) recordtemperaturen en een zalig lentezonnetje. Wat doet een vogelkijker op zo een moment ? Inderdaad, binnen zitten en naar lezingen luisteren.

Terwijl de kraanvogels slimmere birders rond de oren vlogen zat ik op de Likona Contactdag. Maar toch heb ik daar geen (of toch niet zo heel veel) spijt van. Want ik leerde er Dr. Jenny De Laet kennen. Niet persoonlijk, hoewel dat had gekund. Maar als entertainster en mussen-experte buiten categorie.

Onderzoek.

huismus0001-2

Dr. De Laet (of durf ik na onze ontmoeting al Jenny te zeggen ?) kwam vertellen over haar langdurige onderzoek naar mussen, huismussen voor alle duidelijkheid. Blijkbaar leeft zij op bijna Jane Goodall-achtige wijze al bijna haar ganse leven samen met kolonies huismussen. En hierdoor kent zij deze sympathieke dakgoot-tjilpers van binnen en van buiten. Tijdens haar loopbaan werd zij zelfs een gerenomeerd lid van de internationale huismussenwerkgroep. Jazeker, deze bestaat en gaat door het leven als de WGUS (waar dit de afkorting van is blijft voor mij voorlopig ook een raadsel).

Daarnaast lopen er onder haar leiding tal van projecten rond huismussen. Zo zoekt ze gastgezinnen voor deze ondertussen ook al bedreigde soort. De kandidaat pleegouders krijgen alle steun met een mussenwoning in bruikleen. Want de huismus kan alle hulp gebruiken. Zo blijkt dat kolonies, want deze gezellige diertjes houden van gezelschap, minstens uit 7 tot 10 koppels moeten bestaan om kans te hebben om te overleven. Kleinere groepen “modderen er maar wat op los” (Jenny haar woorden) en verdwijnen uiteindelijk uit hun kleine leefwereldje. Want klein, dat is het. Ze vliegen maximaal 500 meter van hun nestje om voedsel te zoeken. En ook de jongen vestigen zich nooit heel ver weg van hun geboorteplekje. Tja, het zijn dan ook huismussen nietwaar.

En tot mijn verbazing zijn er twee types van huismussen. De stedelijke en de landelijke versie. De landelijke versie kreeg in de jaren 80 een stevige knauw maar wist zich ondertussen toch redelijk te stabiliseren. Maar de stedelijke of de stadsmus is een ander paar mouwen. Deze krijgt elk jaar opnieuw klappen. Dit omdat ze nooit meer uit de stad raken en omdat daar voedsel vinden geen lachertje is. Eenmaal een stadsmus, altijd een stadsmus tot je er het loodje bij neerlegt. Haar oproep om in onze steden meer groen te brengen is dan ook meer dan noodtoestand-waardig. Hopelijk wordt haar noodkreet aanhoord en blijft de stadsmus bestaan.

Bosmees.

Daarnaast houdt Jenny zich ook nog eens bezig met koolmezen. Dezelfde problemen, een andere soort. Deze keer geen landelijke maar bosmezen en stadsmezen. En ook daar wordt de noodklok geluid. Uit haar onderzoek blijkt dat koolmezen die in het bos wonen in vergelijking met 1964 één ei minder leggen dan vroeger. Het klimaat nietwaar. En bij stadsmezen is er dat eentje meer. Haar uitleg is dat die stadsmezen in de winter heel wat hulp krijgen via vetbollen en pinda-netjes en dus in een betere conditie aan het broedseizoen beginnen. Maar nu komt de clou. Ze brengen ondanks dat eitje meer minder jongen groot. Want in de stad vinden ze net als hun collega’s de huismussen veel minder voedsel. Hun jonkies zijn ook een stuk kleiner en lichter dan die uit het bos. Hierdoor hebben ze eigenlijk zo goed als geen kans om hun eerste levensjaar te overleven. Terugvangsten van geringde jongen in de stad zijn dan ook onbestaande. Andere soort, zelfde conclusie. Onze steden zijn toe aan een stevige groen-input.

Roger.

Ik eindig mijn post deze keer met een niet-vogelachtige. Want op de contactdag maakte ik contact (dat is dus één van de hoofddoelen van het opzet) met één van de Limburgse wolven. Ik kon deze ontmoeting zelfs op foto laten zetten. Voor jullie naar de plaatselijke krant bellen om dit te meden of mij klasseren bij het kransje van Belgen die ooit in eigen land een wolf zagen even verder lezen. Want het gaat om de onfortuinlijke Roger. Een bronstig exemplaar dat tijdens zijn versie van boer zoekt vrouw (zal wel reu zoekt lief heten) vergat links en rechts te kijken bij het oversteken en door een auto werd aangereden. Hij werd als eerbetoon vereeuwigd door INBO om als promo-stand-medewerker door het leven te gaan. Een edel doel. Want “onze” wolven verdienen alle steun om niet zoals de stadsmussen van Jenny terecht te komen in een overbevolkt gedeelte van ons landje en er dan ook nooit meer uit te raken. Tenzij zoals Roger,… in een glazen kist.

IMG_20190216_125535

Roger en ik op de foto.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s