Onzichtbaar succes

DSC09019

Een weekje Polen leverde mij een zeer kort lijstje op aan vogels die ik zag. Begrijpelijk, want het ging om een georganiseerde busreis waar mijn mede-reizigers niet hadden ingeschreven om vogels te zien. Ik zelf trouwens ook niet.

Met rode wouw, een paartje verre kraanvogels, raven in de vlucht, wat bruine kiekendieven en een hele rits buizerds langs de autostrade was ik al heel blij. En die boomkruipers in een groene ‘gordel’ in Krakau was een heuse bonus. Maar toch bleken er veel vogels te zitten in de steden die we bezochten. Heel veel vogels, stadsduiven.

Genegeerd

Ze hebben pluimen, kunnen vliegen, dus zijn het vogels. In elke stad zitten er duizenden en toch ga je ze bijna nooit tegenkomen op lijstjes van vogelaars. In mijn vogelgids (ANWB) krijgen ze een kort stukje waar ze niet echt vrolijk van zullen worden. Een paar tekeningen in een verloren hoekje op de volgende pagina getuigt ook niet van veel bewondering. Maar het is al meer dan in een oudere gids (Vogels van Europa – L Jonsson) waar ze enkel vermeld werden in de tekst over de rotsduif. Weliswaar nog met hun naam in het vet gezet. Iets wat in de Tirions zelfs niet meer het geval was. Met ‘voorouder van de stadsduif’ was de kous er daar al af. Dit alles geeft duidelijk aan dat de stadsduif niet tot de favorieten behoort, zowel bij de vogelkijkers als bij de rest van de bevolking. Terecht of niet?

Pinnen

Ze worden dan ook dikwijls bestreden met alle middelen die er voor handen zijn. In een stad bij mij in de buurt, Tongeren, krijgen ze zelfs anticonceptie (lees het artikel hier). Alles wordt gedaan om de aantallen onder controle te krijgen. Voor heel wat mensen mogen ze zelfs volledig uitgeroeid worden. Want ze zorgen voor heel wat overlast. Hun kakskes ‘sieren’ menig standbeeld of gebouw.

DSC08677

Zelfs een historische Nederlands held kreeg er mee te maken (Piet Hein op mijn trip naar Rotterdam)

Waar ze binnen raken maken ze er vaak ook een boeltje van. De bekende ijzeren pinnen zie je dan ook heel vaak opduiken op vensterbanken en dakranden van historische gebouwen. Lelijke netten voor openingen om onze stadsduiven buiten te houden zijn schering en inslag. Maar toch blijken stadsduiven een blijvend succes. Hoewel, wegens gebrek aan interesse, er volgens mij geen betrouwbare cijfers voor handen zijn heb ik de indruk dat er elk jaar meer stadsduiven bijkomen. Of is het omdat ik deze door anderen genegeerde soort ondertussen wel leuk vind?

Boeiend

Ik denk dat het bestuderen van deze ‘onzichtbare’ soort nog heel wat verwondering kan teweeg brengen. Overleven in het stedelijk milieu lijkt mij voor stadsduiven geen lachtertje. Hun vermogen om zich aan te passen en te profiteren van de kansen zal ons zonder twijfel verbazen. De enkele onderzoeken die ik vond over stadsduiven waren alvast heel boeiend om te lezen. Wist je trouwens dat deze stadsbewoners het probleem dat ze ondervinden met loodvervuiling in steden deels oplossen. Dit door deze stoffen op te slaan in hun veren. Deze worden dan ook steeds donkerder. (bron : Darwin in de stad – Menno Schilthuizen).

Zelf ben ik wel een beetje gefascineerd geraakt door deze verschoppelingen van de stad. Daarom doe ik dan ook een oproep aan alle vogelkijkers die dit lezen om vanaf nu ze minstens te vermelden op je daglijstje met waarnemingen. En aan de uitgevers van toekomstige vogelgidsen vraag ik om ze een grotere bijdrage te gunnen hun de volgende uitgave. Want echt waar, ze verdienen meer aandacht dan dat ze nu krijgen. Lang leve de stadsduif!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s