Mijn dicht-bij-huis-jaarlijst 2021

Het jaar is nog vers, pas drie dagen oud. Vogels ringen is er nog niet van gekomen. De eerste vangsessie op mijn voederplaats is pas voor volgend weekend en de muizen kregen weer rust omdat de torenvalkjes hun interesse langzaam verliezen en al met de ‘lentekriebels’ in hun kop zitten. Even rust.

Voornemens

Elk jaar maak ik in die eerste dagen van het jaar weer plannen. Meestal komt er later heel weinig van in huis. Maar de intentie is er toch alvast geweest. Daarom dacht ik, laten we het deze keer bescheiden houden. Naast het ringwerk niet te veel hooi – in mijn geval vogel-kijk-dingen – op mijn vork nemen.

Dan zag ik een oproep van het magazine Bird Watching voorbij komen. Zij daagden hun lezers uit om 200 vogelsoorten te zien in 2021. Hierdoor kwam er een vraag terug naar boven waar ik al langer mee in mijn hoofd zat: ‘hoeveel vogelsoorten zou je vlak bij je deur kunnen ontdekken als je daar intensief zou rondlopen?’ Ik ben er namelijk volledig van overtuigd dat – mits je er je zinnen op zet – je zelfs in een niet zo vogelrijke regio een leuke jaarlijst kan voorleggen. Laten we in 2021 de proef op de som nemen, dacht ik.

Vogels kijken in de vroege uurtjes – Grote Beemd Wellen

Herkvallei

Ik woon vlak tegen een leuk natuurgebied, de Herkvallei. Daar kan je heel wat natuur vinden, maar toch beperkt. Want het gaat om een mooi valleigebied zonder veel franjes. Oude bossen, rietgebieden, grote waterplassen ontbreken. Het aantal vogelsoorten dat daar wild van wordt is niet zo heel groot. Dat is althans de mening van heel wat vogelkijkers. Die rijden liever naar bekendere natuurgebieden – soms redelijk ver weg – met grotere kans op spectaculaire of veel soorten. Ik ben trouwens een van deze vogelkijkers die dat de deed.

“Minstens 110 soorten zien op wandelafstand van mijn huis, dat is de uitdaging”


Zo werden er in 2020 in de Herkvallei 104 vogelsoorten gezien – waarvan 2 escapes waren, soepeend en soepgans. In die lijst staan ook mijn ringvangsten en die tel ik natuurlijk niet mee, het gaat om vogels die ik ontdek in het natuurgebied zelf en niet die ik in mijn netten vang. Dus eigenlijk gaat het om 95 soorten zonder die vangsten.
Als ik dan bekijk door wie die waarnemingen gedaan zijn, dan kom ik op een lijstje van 9 vogelkijkers uit die meer dan 10 soorten noteerden vorig jaar. Zes van hen hadden een lijstje met minder dan 30 soorten voor het gebied. De top 2 waren dan nog waarnemers – geen onbekenden voor mij, Gert en Pierre – die bezig waren met inventariseren van een blok voor de vogelatlas. Zelf stond ik op nummer 3. Dit zonder veel dagen dat ik er echt naar vogels ging kijken. Die inspanning kan een stuk beter denk ik dan.

Van makkie tot moeilijk

Dus nam ik mijn vogelgids even ter hand en begon een lijstje te maken van alle soorten die ik zonder veel moeite zou kunnen vinden op wandelafstand van mijn woning, want dat zal de stelregel worden in 2021. Ik noem dit de ‘makkie-categorie’. Ik kwam op 55 soorten uit.
Dan is er de ‘iets-meer-moeite-categorie’ met 28 soorten die – zoals je al wel dacht – een iets grotere inspanning gaan kosten om ze op mijn dicht-bij-huis-jaarlijst zal krijgen.
Tel daar nog een 20-tal minder algemene soorten – ik noem ze vanaf nu de ‘bonus-soorten’ – bij die de laatste jaren toch regelmatig werden gezien in de Herkvallei. Telkens toevallige gasten of eenmalige broedgevallen. Dan zit ik op een mooi aantal van ruim 100 soorten. Haalbaar? Ik wil het alvast proberen. Laat ons de lat op 110 soorten leggen voor 2021. Een beetje ambitie is nooit slecht.

Al begonnen

Na twee wandelingen tijdens de eerste dagen van dit jaar stond de teller al op 47. Daar tel ik de exoten bij, want ondanks het tegengesputter van de ‘echte’ vogelkijkers zijn dat – naar mijn bescheiden mening – ook vogels.
Mijn eerste vogel die ik in 2021 noteerde was een turkse tortel op het dak van mijn overbuur toen ik op 1 januari om 8u45 aan mijn eerste wandeling begon. Eentje uit de ‘makkie-categorie’.

Turkse tortel – foto: eigen archief

Vandaag, 3 januari 2021, was mijn plan om een soort te scoren uit de ‘iets-meer-moeite-categorie’. De voorbije jaren overwinteren er in de Broekbeemd – een deelgebied van de Herkvallei omsloten door het centrum van Wellen – een of meer waterrallen. Prachtige ralletjes met een opvallende lange, rode snavel en mooie zwart en witte flanktekening. Gert, de conservator van het natuurgebied, had ze deze winter al gezien. Dus ging ik het kleine slootje waar ze af en toe naar beestjes komen pikken opzoeken. En bingo, eentje liet zich prachtig bekijken. Die staat alvast mooi op mijn lijst.

Waterral – foto: Pascal Gielen

Tijdens de rest van de wandeling kon ik nog een paar soorten toevoegen aan mijn lijst. Waaronder ook eentje die ik al een paar jaar niet meer in het gebied heb waargenomen: de matkop. Deze mees maakt een moeilijke tijd door en is in gans Vlaanderen bezig aan een terugval. Ze houdt van natte, niet zo dichte loofbossen met veel dood, staand hout waar ze haar nestholte zelf in uithakt. Een mees met spechten-manieren mag je gerust zeggen. Die biotopen worden – door de algemene verdroging van onze natuur – steeds zeldzamer. Ik was dan ook heel blij om een matkop te zien in een gemengde groep mezen in de Broekbeemd. Hopelijk geen toevallige gast, maar een broedvogel die ik in het voorjaar dan mogelijk nog eens ga tegenkomen. Zo leverde mijn voornemen van 2021 alvast een leuke waarneming op.

Matkop – foto: eigen archief

Schitterende eenvoud

Spectaculair in slechts twee kleuren
Eenvoud is soms ook een kunst
Symfonie van knaloranje
Achtergrond enkel gitzwart

Melodieus en virtuoos
Zijn podium ligt op mijn nok
 Eerder dan de zon komt kijken
Steelt hij dagelijks mijn hart

Ooit verstopt in grootse bossen
Die al lang verdwenen zijn
Zijn thuis is nu mijn wilde tuintje
Klaar voor weer een nieuwe start

Ooit vloog hij door brede kruinen
Nu zit hij vaak in mijn klimop
Hij hipt wat rond op ’t korte grasveld
Mijn merelman geval apart.

Buizerd

Arend van de lage landen

Menigeen zag hem al zeilen
Op een warme golf thermiek
Menigeen dacht aan een arend
Grootte schatten lukt vaak niet

Ongestoord nam hij dan notie
Van de vaak gesproken zin
“Echt veel groter dan een buizerd”
Foutje, al vanaf een pril begin

Statig zittend op een paaltje
Lacht hij stil om onze fout
Onze koning van de velden
Laat ons raadspel echt wel koud

Ooit was hij bijna verdwenen
Verguisd vergiftigd door de haat
Want een vogel die ook vlees lust
Paste toen niet in de plaat

Blij dat hij zich niet liet kisten
Dat hij er nu nog voor mij is
Onze niet zo grote arend
Ook al is dit weer eens mis

Onze buizerd is bescheiden
Eenvoudige jongen echt van hier
Zeker als hij op de akkers
weer op jacht gaat naar een pier

S1 Blue

Via André Gaens, een bevriende vogelkijker en gedreven natuurfotograaf, kreeg ik een mooie foto toegestuurd van een buizerd Butteo butteo ‘met een vlagje’.

Terugmelding

Wingtags noemen ze dit. Een van de manieren om een vogel individueel herkenbaar te maken. Het stoffen of plastieken plaatje wordt rond de voorzijde van de vleugel vastgeklikt. Het plaatje zit dan tussen de veren en gedraagt zich ook zo. Zoals je kan zien steekt het netjes tussen de dekveren van de vleugel bij deze buizerd. Ze hebben er totaal geen last van. Niet tijdens het vliegen en ook niet als ze jagen. Een goed systeem, dat – deze foto bewijst het – ook nog eens werkt.

Zelf heb ik net geen 100 buizerds van een wetenschappelijke ring voorzien tussen 2012 en 2020. Het ging om 90 nestjongen en 9 adulte vogels. Tot op heden kreeg ik één terugmelding. Want om de ring te controleren of te kunnen aflezen moet je de vogel in de hand hebben. Meestal is zo een melding trouwens geen goed nieuws voor die vogel. Vaak is hij op zo een moment niet meer in leven.
Bij wingtags is een terugmelding dus vaker goed nieuws. Want het gaat om aflezingen door vogelkijkers of – nog vaker – foto’s door natuurliefhebbers.

Duitse

Dankzij deze foto en de wingtag konden we ontdekken van waar deze buizerd afkomstig is. Binnen de 24u kreeg ik van de ringer al de info binnen. Via de website waar je alle info over projecten met kleurringen en dus ook wingtags kan terugvinden vond ik de bezieler van dit project rond buizerds.

Kaart met de ringplaats en de controle door André van S1 Blue

S1 Bleu, zoals de ringer hem noemde, werd dit jaar op 17 juni geringd op het nest als pullus, als oudste uit een broedsel van twee, ze had nog een jonger broer. Dit in Werther, een klein dorp 10 km ten wensten van Bielefeld in Duitsland. Zij – want het is een vrouwtje – is een intermediaire vorm tussen de donkere en de lichte vorm. Buizerds hebben een enorme variatie in mogelijke kleuren, van helemaal donker tot zo goed als volledig wit. Dit werd ooit toegeschreven aan hun leefgebied – hoe noordelijker, hoe witter – maar dat blijkt niet te kloppen. Ook bij ons broeden er vogels met veel wit in hun verenkleed. Wel zitten er tijdens de winterperiode meer ‘witte’ exemplaren. Maar of die allemaal van het noorden komen is helemaal niet bewezen.

Het ringen of voorzien van wingtags van buizerds is dan ook een manier om meer te weten te komen over de verspreiding en levenswijze van deze prachtige roofvogels. Daarom is het melden van een gemerkte of geringde vogel dan ook belangrijk.

Applaus voor de klapekster

klapekster-010

Het werd een klapekster-rijk weekend. Zaterdag eentje met mijn cursisten in ‘t Vinne en vandaag maar liefst vier stuks in hun geliefde Oostkantons. Telkens, zoals het bij deze soort hoort, netjes op de top van een stok of struikje. Als wat luie vogelkijker hou ik van dit gedrag. Dat zoeken in dicht struikgewas of bomen vol met vervelende blaadjes is toch een heel gedoe. Neen, dan vraag ik applaus voor het posten op een iets uit het landschap stekend object zodat je enkel deze moet afzoeken om de gewenste vogel te vinden. De klapekster is er een meester in. Ze heeft gekozen voor een opvallende leven in een mooi egaal landschap zoals een hoogveengebied zittend op de weinige uitsteeksels die er dan nog zijn. Merci.

Rover

Nu hoeft ze zich natuurlijk niet dadelijk zorgen te maken dat ze door haar keuze voor dit gedrag het loodje gaat leggen. Ten eerste heeft ze een prima zicht op de omgeving. Maar ten tweede is het rijtje klapekster-eters niet zo heel lang. Zeker niet in ons landje. Zelf is ze dan weer een meedogenloze jager die een mals muisje of een lekker vogeltje niet links laat liggen. Ik verdenk haar er van dat ze haar opvallende zwarte masker ‘s avonds gewoon afzet voor het slapengaan. Ze ziet er dan ook uit als een ware bandiet. De bijpassende zwarte staart en vleugelpennen maken het plaatje mooi af. Een struikrover met klasse.

Talent

Enkel met de naam heb ik wat moeite. Het ekster-deel kan ik nog vatten. Met wat inleving kan je de zwart-witte patronen samen met een vliegbeeld met een vrij lange staart wel koppelen aan een ekster. Hoewel ze totaal niets met elkaar te maken hebben. Maar het klap-deel is wat mij betreft totaal langs de kwestie. Bedoelen ze met dat ‘klap’ dat ze veel praat? Ik denk het niet. Buiten een zielig liedje, dat ik trouwens nog nooit hoorde, komt er niet zo veel geluid uit. Ook op ooievaars-achtige wijze klappen met de snavel heb ik ze nog nooit zien doen. Dat kan het dus ook niet zijn. Misschien komt het van het enthousiaste klappen in mijn handen bij elke klapekster die ik zie? Mooi en opvallend op dat stokje in de Hoge Venen. Waardoor ze zelfs door mij ontdekt kan worden. Nog eens bedankt hiervoor.

Ze bestaan echt

beflijster0001-2

Als ik in een gesprek waar niet-vogelaars bij zijn het heb over de beflijster dan krijg ik heel vaak blikken met de boodschap ‘dat verzin je hier nu toch ter plaatse’. En ook zal er altijd bij meerdere mensen een gniffelende lach ontstaan. Hierdoor haalde deze soort trouwens een hilarische rol in een van de optredens van de Nederlands cabaretier Bert Visscher. Die moet je echt eens bekijken. Wel, om dit misverstand even uit de wereld te halen. Ze bestaat echt, de beflijster. En om ook die perverse gedachten even uit jullie hoofd te halen. Die bef slaat op het witte ‘slabbetje’ dat deze vogels hebben op hun borst. Bij de mannetjes mooi spierwit, bij de vrouwtjes meer bruinwit en bij de jonge vogels moet je goed kijken om het te zien.

Achtertuin

Zelf ontmoette ik deze prachtige vogel voor het eerst in een weide achter de bezinkingsputten van Tienen. Daar werden ze elk jaar wel gezien tijdens de najaarstrek. Want het is geen broedvogel van bij ons. Ze verkiezen hoger gelegen gebieden met vaak naaldbossen en die hebben we in ons landje niet echt. Vanaf de dijk bekeek ik daar mijn eerste beflijsters, een prachtig adult mannetje en twee vrouwtjes. Toen een van de hoogtepunten van mijn vogeljaar. Ik denk ergens eind jaren 90 (maar ik kan er stevig langs zitten).

Dé ontmoeting van deze soort blijft een eigen vondst (en die zijn echt niet dik gezaaid) na een wandeling door het natuurgebied achter mijn woning van een adult vrouwtje. Het beestje zat parmantig in een jonge populier in mijn achtertuin mooi te wezen. Ik kan je zeggen dat op dat moment de adrenaline stevig door mijn lichaam gierde. Toen ik er ook nog een redelijke foto (die boven deze post staat) van kon maken was het hek helemaal van de dam. Mijn eigen beflijster als tuinsoort!

Supermerel

En dit weekend kwam daar in een klap een hele groep beflijsters bij. Ze vlogen in 3 groepjes om mij een plezier te doen hoog over de telpost. Maar zelfs dan waren ze herkenbaar. Langere vleugels, lagere staart dan de merel waar ze verdomde veel op lijken. En een strakke en snelle vlucht in tegenstelling tot de wat onbeholpen vlucht van een merel.

Op de grond kan je ze vrij makkelijk onderscheiden van de merel. De witte randen op de vleugelpennen en dekveren vallen goed op en ook de vaak geschubte buik en flanken doen dadelijk vermoeden dat je niet naar een ‘gewone’ merel zit te kijken. Zelfs als de, bij de jonge beesten, niet echt duidelijk is dan kan je ze wel herkennen. Hoewel ze even groot zijn als hun, hier wel broedende, neef de merel, lijken ze in het veld toch een stuk groter. En die witte bef geeft hun dadelijk een extra cachet. Een item om heel fier te tonen. Enkel de grote B, zoals die filmheld er een S heeft opstaan, ontbreekt er nog op. Eén detail verwijderd van de status van supermerel.

(Foto hieronder: Andre Gaens)

beflijster0001

Eentje van op de telpost dit weekend.

Verwondering

graspieper0001

Een winderig en nat weekend en dus bleven de mistnetten dicht. En dit leverde dan weer de kans op om nog eens op onze telpost te passeren. Altijd een leuke ervaring, zelfs bij dit weer (als het droog blijft dan toch).

Sukkelen

Naast wat leuke krenten zoals boomvalk en havik kon ik genieten van laag overvliegende ‘boerkes’ (boerenzwaluwen), ‘kwikken’ (witte kwikstaarten) en ‘piepers’ (graspiepers). Want het voordeel van een stevige wind in je nek is dat alles heel laag blijft om toch nog, met een zo laag mogelijke inspanning, vooruit te geraken. En dan pas valt het op met welk doorzettingsvermogen dat deze verenbolletjes hun tocht naar andere oorden uitvoeren. Voor mij nog steeds een van de meest wonderbaarlijke verschijnselen in de natuur. Vogeltrek.

Genieten

Het is toch verbazingwekkend dat een vogeltje van amper 20 gram er in slaagt om duizenden kilometers af te leggen. Jammer genoeg voor heel wat exemplaren een eenmalige ervaring. Maar een aantal slaagt er toch in om dit een aantal keren in hun korte leventje te volbrengen. Verbluffend! Hun drang en instinct om dit op het eerste zicht onbegrijpelijke plan aan te vatten is, volgens de wetenschap, genetisch bepaald. Want heel wat soorten voeren deze tocht in hun eentje uit. Zonder hulp van mama of papa en een gps hebben ze ook niet echt op hun vooruit geplakt. Neen, die zit bij hun vanbinnen. Want zonder vooraf een reisbureau te hebben geraadpleegd (tegenwoordig trouwens toch niet echt een goede keuze blijkbaar) komen ze perfect op de plek uit waar ze moeten zijn. En vinden ze ook zonder veel voorbereiding hun weg nog eens terug naar, vaak exact dezelfde, plek als ze zijn vertrokken. Ondanks dat er heel wat studies, boeken, artikels en weet ik wat nog allemaal bestaat over dit onderwerp kan ik er heel simpelweg, en zonder mij af te vragen hoe dat nu allemaal juist werkt, met volle teugen van genieten. Met open mond en met een onmetelijke verwondering keek ik dan ook naar die tegen de wind opboksende graspieper. En stilletjes binnenmonds prevelend: ‘veel geluk, piepertje, hopelijk tot volgend jaar’.

Goed gestelt

bonte0001

Een weekje gaan ringen in het Zwin en na de ‘zware’ taak had ik de kans om in de namiddag vogeltjes te gaan kijken aan de kust. En ver moest ik echt niet gaan. Want vlakbij hadden ze speciaal voor mij (altijd goed om dat gevoel te hebben ook al is het niet zo) een schitterend natuurgebied gemaakt.

Topgebied

Want naast de zwinvlakte en de wereldberoemde zwinbosjes is er nu ook een ‘achtergebied’. Dit nog niet zo lang geleden aangelegde gebied is een waar vogelparadijs. En bij hoog water stroomt het eerst vol met zeewater om daarna nog eens vol te lopen met steltjes. Jawel, kleine en superleuke vogeltjes die hun kostje al wandelend bij elkaar scharrelen. En je vindt ze daar in alle maten, gewichten, kleuren en vormen. De lijst met soorten ga ik je besparen. Daarvoor moet je zelf maar eens langsgaan. Maar mijn enthousiasme over deze bende wil ik wel met jullie delen.

Nerveus

Uren kan ik blijven kijken naar dit spektakel dat om de zes uren wordt opgevoerd. Eerst zie je ze opduiken op de eilandjes. En zodra het water zich begint terug te trekken schieten ze in actie. Want dan is de tafel door de zee opnieuw rijkelijk gedekt. Van overal duiken ze plots op en het is een kwestie van sneller zijn dan je buurman of buurvrouw. Als levende naaimachientjes glijden ze over het slik. Af en toe even opkijkend waar ze nu weer terecht zijn gekomen. En checken of er geen bezoeker, die nu net hun soort op zijn menukaart heeft staan, in de lucht hangt. En dan schieten ze weer in gang. Pikkend in de bodem aan een tempo dat ik in geen honderd jaar zou kunnen volhouden. Nerveus, maar zeer precies, rondtrippelend in mijn telescoopbeeld.

Spannend

En om het allemaal nog wat leuker te maken hebben ze heel wat van die soorten op elkaar doen lijken. Dus is het lekker spannend om ze allemaal te bekijken. Misschien zit er wel een zeldzame naaimachine tussen. Hoewel, zelfs zonder de ontdekking van een specialleke kan een dag in zo een gebied voor mij niet meer stuk. Voor mijn steltjes ga ik graag eens naar onze kust. En die visarend wiens ogen groter waren dan zijn maag neem ik er dan graag bij.

visarend0001

Onzichtbaar succes

DSC09019

Een weekje Polen leverde mij een zeer kort lijstje op aan vogels die ik zag. Begrijpelijk, want het ging om een georganiseerde busreis waar mijn mede-reizigers niet hadden ingeschreven om vogels te zien. Ik zelf trouwens ook niet.

Met rode wouw, een paartje verre kraanvogels, raven in de vlucht, wat bruine kiekendieven en een hele rits buizerds langs de autostrade was ik al heel blij. En die boomkruipers in een groene ‘gordel’ in Krakau was een heuse bonus. Maar toch bleken er veel vogels te zitten in de steden die we bezochten. Heel veel vogels, stadsduiven.

Genegeerd

Ze hebben pluimen, kunnen vliegen, dus zijn het vogels. In elke stad zitten er duizenden en toch ga je ze bijna nooit tegenkomen op lijstjes van vogelaars. In mijn vogelgids (ANWB) krijgen ze een kort stukje waar ze niet echt vrolijk van zullen worden. Een paar tekeningen in een verloren hoekje op de volgende pagina getuigt ook niet van veel bewondering. Maar het is al meer dan in een oudere gids (Vogels van Europa – L Jonsson) waar ze enkel vermeld werden in de tekst over de rotsduif. Weliswaar nog met hun naam in het vet gezet. Iets wat in de Tirions zelfs niet meer het geval was. Met ‘voorouder van de stadsduif’ was de kous er daar al af. Dit alles geeft duidelijk aan dat de stadsduif niet tot de favorieten behoort, zowel bij de vogelkijkers als bij de rest van de bevolking. Terecht of niet?

Pinnen

Ze worden dan ook dikwijls bestreden met alle middelen die er voor handen zijn. In een stad bij mij in de buurt, Tongeren, krijgen ze zelfs anticonceptie (lees het artikel hier). Alles wordt gedaan om de aantallen onder controle te krijgen. Voor heel wat mensen mogen ze zelfs volledig uitgeroeid worden. Want ze zorgen voor heel wat overlast. Hun kakskes ‘sieren’ menig standbeeld of gebouw.

DSC08677

Zelfs een historische Nederlands held kreeg er mee te maken (Piet Hein op mijn trip naar Rotterdam)

Waar ze binnen raken maken ze er vaak ook een boeltje van. De bekende ijzeren pinnen zie je dan ook heel vaak opduiken op vensterbanken en dakranden van historische gebouwen. Lelijke netten voor openingen om onze stadsduiven buiten te houden zijn schering en inslag. Maar toch blijken stadsduiven een blijvend succes. Hoewel, wegens gebrek aan interesse, er volgens mij geen betrouwbare cijfers voor handen zijn heb ik de indruk dat er elk jaar meer stadsduiven bijkomen. Of is het omdat ik deze door anderen genegeerde soort ondertussen wel leuk vind?

Boeiend

Ik denk dat het bestuderen van deze ‘onzichtbare’ soort nog heel wat verwondering kan teweeg brengen. Overleven in het stedelijk milieu lijkt mij voor stadsduiven geen lachtertje. Hun vermogen om zich aan te passen en te profiteren van de kansen zal ons zonder twijfel verbazen. De enkele onderzoeken die ik vond over stadsduiven waren alvast heel boeiend om te lezen. Wist je trouwens dat deze stadsbewoners het probleem dat ze ondervinden met loodvervuiling in steden deels oplossen. Dit door deze stoffen op te slaan in hun veren. Deze worden dan ook steeds donkerder. (bron : Darwin in de stad – Menno Schilthuizen).

Zelf ben ik wel een beetje gefascineerd geraakt door deze verschoppelingen van de stad. Daarom doe ik dan ook een oproep aan alle vogelkijkers die dit lezen om vanaf nu ze minstens te vermelden op je daglijstje met waarnemingen. En aan de uitgevers van toekomstige vogelgidsen vraag ik om ze een grotere bijdrage te gunnen hun de volgende uitgave. Want echt waar, ze verdienen meer aandacht dan dat ze nu krijgen. Lang leve de stadsduif!

Gaan of komen?

_MG_3913

Het werd een vogel-luw weekendje. Geen weer en tuinwerk op zaterdag en wel weer en geen tijd op zondag om de netten open te zetten of om ergens naar vogels te gaan kijken. Mijn waarnemingen bleven dan ook beperkt tot wat losse overvliegers op de momenten dat ik naar de lucht kon staren. En dan waren het de huiszwaluwen met hun gekwetter die blijkbaar het meeste indruk maakten. Al de rest verdween in een donker hoekje van mijn bewustzijn.

Vertrek

Ze zijn denkelijk al op weg naar het zuiden. Van de boerenzwaluwen ben ik daar zeker van omdat ik ze al zag verzamelen op de schaarse telefoondraden die ik nog weet hangen. Veel minder draden, maar ook veel minder zwaluwen. Zoek hier geen verband tussen want dit is wetenschappelijk geen haalbare stelling vrees ik. Terug naar mijn huiszwaluwen.

De vraag die ik mij onbewust stelde tijdens het bekijken van deze witzwarte lucht-acrobaatjes. Vertrekken ze nu van huis of gaan ze naar huis. Met ander woorden. Zijn het onze huiszwaluwen die naar Afrika vliegen. Of zijn het Afrikaanse huiszwaluwen die hier een nestje kwamen grootbrengen?

Nest

Het lijkt simpel. Ze broeden hier, dus wonen ze hier en zijn het dus Belgische inwoners. Maar als je dan de periode gaat bekijken dat ze hier zijn word ik iets minder zelfzeker. Ze arriveren in ons landje eind mei en vertrekken al eind augustus en dit nog heel september. Met wat rekken en sleuren zijn ze maximaal 5 maanden hier. Met de wetenschap dat ze ongeveer 5 weken onderweg zijn, zowel heen als (hopelijk) weer, is er een reistijd van 2 maanden. En dan verblijven ze dus ook ongeveer 5 maanden in Afrika. Ze vliegen dus veel meer dagen in buitenlandse luchten dan dat ze boven Belgische bodem verblijven. Mijn vraag blijft na deze berekening dan ook onbeantwoord.

_MG_3798

Geboren

Dan denk ik. De huiszwaluwen die hier geboren worden zijn toch zonder twijfel Belgische beestjes. Maar misschien zijn het Afrikaanse afstammelingen die inderdaad hier het levenslicht zagen. Maar zuiderse ouders en dus ook buitenlandse roots hebben. Ik geraak er echt niet aan uit. Ook in mijn vogelgids vind ik geen antwoord. Daar maken ze het nog wat ingewikkelder. Wij Vlamingen noemen ze huiszwaluwen. Toch weer een verwijzing dat ze hier hun huis hebben dacht ik altijd. Maar dan waren het eigenlijk ‘thuiszwaluwen’. Wat niet zo is. Maar onze Waalse landgenoten noemen ze hirondelles de fenêtre, vensterzwaluwen. Waarom? Omdat ze door het venster kijken, verlangend naar hun warme thuis in Afrika. Hoe meer ik er over schrijf, hoe wanhopiger ik word.

Daarom dat ik, luisterend naar hun gekwetter en kijkend naar hun frivole vlucht, mij al die vragen niet stel. Dan is het gewoon genieten van, op dat moment zeker, mijn huiszwaluwen. En zeg ik gewoon: tot volgend jaar. Hopelijk.

Swallow_flying_drinking_2

Zalige foto van Wikipedia.